Payday Loans

Zoek een boek



Mijn winkelwagen


De Groene Waterman. Een huis voor boeken, cultuur en ontmoeting

 
10 november 2016
Openingsrede Van Extergem-expositie 2009 door Jef Lambrecht

JEF

 Toespraak bij de opening van de gelijknamige tentoonstelling van Jan van Riet in de Rode 7 te Antwerpen 17 oktober 2009    


Kameraden en vriendinnen,  

 

jeflambrechtLRToen ik de even kernachtige als geslaagde titel zag van het boek dat vanavond wordt voorgesteld, een titel als een teken, dacht ik: eindelijk!, eindelijk erkenning!, want er is maar één Jef zoals er maar één God kan bestaan. En één Jan. Het was heel even erg troostend, maar ik had het kunnen weten.  

Toen ik het boek open sloeg volgde de koude douche. Je moet minstens dood, begraven en ei zo na vergeten zijn, zoals die Jef die zijn naam gaf aan dit drukwerk en aan dit café voor het de Rode Zeven heette.  

Onwillekeurig, misschien uit obsessie of balsturigheid of uit gebrek aan andere aanknopingspunten, vroeg ik me af of hij, Jef van Extergem, soms een roker was. Niet dat het verder iets met de zaak te maken had, maar toch… Ik zocht in het boek maar vond geen enkele foto waarop hij rokend wordt betrapt en geen geschilderd portret met pijp of sigaret.

Zelfs geen brandgat in een brief. Goed.

Gesteld dat Jef van Extergem een verlichte, laat ons zeggen een vegetarische naturist was uit de jaren ‘30. Gesteld. Zou hij zich dan tegen het roken hebben verzet? Ik kan me eerlijk gezegd geen fatsoenlijke communist inbeelden, zeker niet in de jaren van onze Jef, zonder een laat ons zeggen gerolde sigaret, kleine troost van de verworpenen der aarde. Zoals ik me in het tijdperk van voor de ringbaarden en de groene lodens geen flamingant voor de geest kan halen zonder pijp, embleem van de diepzinnige onverzettelijkheid die de Vlaamse gedachte eigen is. De vraag dus of de volksmenner Jef van Extergem een weerzin koesterde voor zijn rokende omgeving, komt me voor als compleet naast de kwestie en van een betrekkelijk belang ware het niet dat zijn moordenaar, de ex-nicotinist en geheelonthouder Adolf Hitler ook de sinistere vader is van alle verboden waar de rokende medemens in deze verlichte tijden aan onderworpen is. Wat wel een merkwaardige postume triomf is voor de Führer. Mijn speurtocht naar van Extergems mogelijk tabaksgebruik had toch tot iets geleid, al weet ik niet goed wat. Immers, een tevreden roker is geen onruststoker, dus vroeg ik me af wat van Extergem zou hebben gedacht van die andere Duitser, oud-bondskanselier Helmut Schmidt. Die is 91 intussen en rookt als een schoorsteen. Vier pakjes menthol per dag. Respecteert het rookverbod enkel in de kerk en in het parlement. Hij noemt het verbod, in al zijn politieke wijsheid, een voorbijgaand maatschappelijk verschijnsel. Jef zal met mij toegeven dat deze hoog bejaarde kettingroker die achtervolgd wordt door de gezondheids SS in de persoon van Horst Kaiser –what’s in a name?-, pas een echte Jef is, al heet hij Helmut. En ook zijn vrouw Loki, 90, al even onafscheidelijk van de sigaret, die het Hamburger Abentsblatt liet weten dat hun artsen hen vroegen om vooral niet te stoppen. Met Henry Kissinger, kameraden en liefste vriendinnen, wil ik niet leven in een wereld zonder Schmidt want dat is er een die onderzoekt of verlichte bejaarden anderen lichamelijke schade toebrengen door hen tot passief roken te verplichten en daarvoor vijf jaar cel verdienen. Voor mij mocht de oude bondkanselier een Nobelprijs krijgen, misschien die van geneeskunde. En al de rokende bejaarden in de rookvrije bejaardenhuizen de Leopoldsorde.  

Schmidt is op zijn eerbiedwaardige leeftijd een roepende in de woestijn, zoals zijn collega-politicus Jef van Extergem, zijn daden bennen groot, dat ook is. Over van Extergem, onvermoeibaar strever naar de betere wereld, weten we vandaag amper meer dan dat hij een flamingantisch communist of een rode flamingant was. in elk geval een idealist en idealisten schuwen het gevaar niet.  

Op wereldverbetering ligt intussen zoveel stof dat het zonder veel maatschappelijk risico opnieuw kan worden bekeken. Jef van Extergem, aarts-wereldverbeteraar, archetype en rolmodel, volgde door zijn veranderende inzichten -en die van de Komintern in Moskou- een grillig politiek parcours. Het doet denken aan sommige hedendaagse gevallen. Jean-Marie De Decker, Johan Van Hecke, Bert Anciaux en met die laatste de hele oude Volksunie, komen mij voor de geest, al zijn de bochten in de loopbanen tegenwoordig eerder ingegeven door eigenbelang en opportunisme dan door politieke inzichten.. Van Extergem was 19 toen hij als communistisch separatist in 1917 De Socialistische Vlaming stichtte, een links blad waarvan de invloed beperkt bleef tot Antwerpen. Op zijn twintigste nam hij deel aan de Spartacusopstand in Duitsland. Bij zijn terugkeer in België werd hij veroordeeld tot 20 jaar. Alleen de katholieke activist, de ter dood veroordeelde August Borms, werd zwaarder gestraft. Een betekenisvol moment komt er in 1928 wanneer de pas vrijgelaten van Extergem de gevangen Borms meehelpt aan zijn legendarische verkiezingsoverwinning door op de valreep te adviseren niet voor hem maar voor Borms te stemmen. Het was niet de laatste keer dat van Extergem geen papenvreter bleek te zijn. Een van zijn laatste teksten, in dit boekje opgenomen in facsimile, is er ook een bewijs van.

Rode separatisten zijn vandaag witte raven, maar tijdens het interbellum wedijverde de Communistische Internationale inzake flamingantisme met uiterst rechts. Van Extergem was ongemeen bedrijvig in die propagandaoorlog. Interessant is het moment waarop hij, kort na zijn definitieve vrijlating in 1928, het jaar van de Bormsverkiezing dus, naar Moskou gaat waar hij de opdracht krijgt om de Vlaamse Beweging te radicaliseren en de sociale aspecten ervan te benadrukken. De Sovjetleiders vreesden, terecht zo zou blijken, dat de Vlaamse Beweging anders een nationaal-fascistische inslag zou krijgen en zich kanten tegen de communisten. Radicaal waren van Extergem en zijn vrienden genoeg maar hun greep op de massa was beperkt en de electorale triomfen bleven uit.

Zeven jaar later ruilt Moskou het separatisme in voor het federalisme en spreekt ook het Belgisch Partijcongres zich uit voor zelfbestuur en tegen de Belgische boedelscheiding. Enkele maanden later stichtte van Extergem met –onder meer- Bert van Hoorick de Vlaamse Kommunistische Partij. Een gezant van de Komintern, die deelnam aan de voorbereiding daarvan, maakte in Moskou zijn beklag over de neiging van de Vlaamse kameraden om zich meer te concentreren op de strijd tegen de Belgische Staat dan die tegen het fascisme. Kort na de oprichting van de VKP werd het Vlaamsch Blok in het leven geroepen, voluit het Vlaamsch Blok voor Zelfbestuur en Democratie waarin de Vlaamse communisten verenigd waren met drie andere groupuscules. Starring: Jef van Extergem.

Maar al hingen op de bijeenkomsten van het Vlaams Blok en de VKP leeuwenvlaggen en zong men de Vlaamse Leeuw, toch werd het geen Rode Zondag in 1938. De Rode Vaan heette nu Het Vlaamse Volk en onder Jef’s hoofdredacteurschap verscheen Ulenspiegel een satirisch weekblad dat van leer trok tegen de collaboratie met Duitsland tot het in januari 1941 werd overgenomen door het VNV.

In het hoofd van Jef van Extergem was intussen veel veranderd. In 1939 constateert hij in Het Vlaamsche Volk dat extreem rechts aan de winnende hand is in de Vlaamse beweging. Was het activisme tien jaar tevoren nog een strijd voor de bevrijding van het Vlaamse volk uit de macht van de Belgische dwingeland, nu zag hij er een zware fout in tegen de werkende bevolking en het socialisme. Tijdens de oorlog ging de partijkrant ondergronds en kreeg hij opnieuw zijn oorspronkelijke naam, de Rode Vaan. Op het einde, in 1943, spreekt Jef van Extergem niet meer van het Vlaamse volk en het Waalse volk maar van het ene Belgische volk. Hij zag zichzelf naar eigen zeggen als een Vlaming die een goede Belg wilde zijn. Daar wordt met genoegen aan herinnerd door het Vlaams Belang. Kort daarna werd hij bij een razzia door de Gestapo aangehouden, 9 maanden opgesloten in Breendonk en dan op transport gezet naar het concentratiekamp van Elrich, waar hij stierf in maart 1945.

Datzelfde jaar zei Louis Paul Boon over hem:

“Het mag niet zijn dat Jef Van Extergem alleen als communist gekend is en dat daarmede de groote Vlaamsche figuur, die hij is, uit het oog verloren wordt. Wij moeten in hem zien den idealist, den weerstander, die in zijn laatste vaarwel zegde: “Het is een heerlijk gevoel te sterven voor een ideaal”. Wij moeten in hem zien den man, die de Vlaamsche beweging op een breeder peil heeft willen uitwerken, die haar op een sociale basis bracht en tot de Vlaamsche volksmassa trachtte uit te breiden”.    

Vandaag wordt door sommigen de vraag gesteld of links opnieuw zal deserteren en de weg vrijmaken voor het rechts separatistisch avontuur. Het lijkt me dat wie daarop een antwoord wil Jef’s voorbeeld indachtig moet zijn. Het is de verdienste van deze tentoonstelling en van dit precieus drukwerk dat die herinnering wordt opgefrist zodat ze een bijdrage kan leveren aan de discussie op dit BHV-NVA moment in de betrekkingen tussen links en het Vlaams nationalisme. Daarom wil ik namens het 18 oktober comité Een metro voor België het hier aanwezige revolutionair potentieel uitnodigen om de kunst om u heen aandachtig te bekijken. En stel u voor op welke wijze ze de omwenteling kan bevorderen. Deze werken kunnen in stoet worden rondgedragen in de openbaarheid, ter stichting van de brede volkslagen. Ze kunnen worden opgeknoopt boven schouw of commode of aan een maagdelijk blanke muur en ook dan zullen ze hun effect niet missen. U kan ze ook gewoon kopen en een tijdje bewaren tot ze iets opbrengen zonder dat u daar verder veel voor moet doen. Kunst immers, kameraden en vriendinnen, kan de wereld redden en u kan er zelf beter van worden, als u er maar in gelooft want het geloof kan bergen verzetten.  

 

Ik dank u.  

 

Jef Lambrecht  

 
Openingsuren
van maandag t.e.m. zaterdag
van 9u30 tot 18u.
De Groene Waterman
Wolstraat 7 - Antwerpen
Tel. 03/232.93.94
 

algemene verkoopsvoorwaarden