Payday Loans

Zoek een boek



Mijn winkelwagen


De Groene Waterman. Een huis voor boeken, cultuur en ontmoeting

 
 4 april 2017
Meesterschap: het schuilt in het ongrijpbare
Verslag boekvoorstelling Residentie van Artevelde van Patrick Conrad

Door Sjaak Oostenrijk, stagiair MA Taal- en Letterkunde: Nederlands, UA

WP_20170223_20_10_34_PanoramaIn het goedverlichte achtergedeelte van de Groene Waterman zit het publiek vrij dicht op elkaar in een ontspannen, gemoedelijke sfeer. Nergens is uit af te leiden dat hier een roman noir gepresenteerd gaat worden. Waarschijnlijk houdt een thrillerpubliek juist van knusheid, mijmer ik vlak voor aanvang van de boekvoorstelling van Patrick Conrads Residentie van Artevelde. Aan het oppervlak van de wereld barst het tenslotte van de ironie. Al snel blijkt de wereld ook in Conrads nieuwste boek weerbarstig. Logisch in een misdaadroman, of in dit geval: het soort detective zonder rechercheur in de hoofdrol, vanwaar roman noir een gerechtvaardigde typering is. Exacter zou je het kunnen categoriseren als een ‘hard-boiled’ noir-whodunit. Maar blijkens deze boekpresentatie is dergelijke precisie enigszins beperkt relevant: Conrad is excentriek, gunt zichzelf vrijheden. Zonder daardoor in te boeten aan de spanning waar een misdaadroman op teert, wel te verstaan.

 

De boekvoorstelling wordt ingeluid door Johanna (Joke) Spaey, journalist, recensente en schrijfster, met onder andere een misdaadroman op haar naam. Haar is gevraagd om ons vanuit een lezersstandpunt mee te nemen naar de werkelijkheid van Residentie van Artevelde, of zoals zij het verwoordt: de krochten van de Antwerpse ruien. Gezeteld naast een tevreden ogende Conrad begint ze met het voorlezen van een recensie van haar hand over de jongste vrucht van de thriller- en scenarioschrijver, dichter en filmregisseur aan haar linkerflank. Niet verwonderlijk blijkt het een uitgesproken positieve recensie: Spaey heeft de roman noir met veel plezier gelezen.

conrad_3“Het verleden is niet achter ons, zoals men denkt, maar voor ons,” verkondigt Spaey. “De schaduw van wat was, werpt zich voor ons uit: wat dood is, bestaat nog en gaat voor ons uit.” Dit citaat van Henry Bataille is het motto van de roman. Wat Conrad hiermee volgens Spaey bovenal wil aangeven, is dat men het verleden nooit mag onderschatten, omdat het zomaar opnieuw op kan duiken middels de ontelbare sporen die het nalaat. Alles wat komt, staat al in het verleden gegrift. Het doet me denken aan het filosofische concept determinisme, dat behelst dat de toekomst wordt bepaald door een ultragecompliceerd web van causaliteit vanuit het verleden. Als je de tijd terug zou kunnen spoelen, zou vervolgens dus altijd exact hetzelfde gebeuren als dat er aanvankelijk gebeurd was. Dit mijns inziens hoogst plausibele idee leidt tot een besef van onontkoombaarheid en daarmee al gauw tot fatalisme en apathie. Bernard, de hoofdpersoon in Residentie van Artevelde is hier gelukkig niet aan ten prooi gevallen. De verontrustende mysteries waar hij op stuit, probeert hij –zoals het een speurder betaamt- verbeten en zonder al te grote scrupules te ontrafelen. Uiteraard leidend tot talrijke momenten van ontluistering, aldus Spaey. Ook oud zeer, ‘lelijke gevoelens’, schaamte en schuld spelen een prominente rol in het boek, overeenkomstig met wat je van de genreaanduiding verwacht.

Het gelijknamige appartementencomplex in Residentie van Artevelde bevindt zich aan de overkant van de woonst van de hoofdpersoon. Conrad beschrijft het als een stijlloos flatgebouw dat door de overburen gewantrouwd wordt. Maar niet alleen gewantrouwd. Wat dichtbij is, boeit mensen het meest, lijkt de gedachte te zijn die Conrad heeft uitgewerkt. Wat zich in het woonoord afspeelt, wat de bewoners uitspoken en op hun kerfstok hebben, vraagt menigeen aan de overkant zich vurig af. Zo ook galerijhouder Bernard. Sterker nog: hij houdt het gebouw zelfs dwangmatig in de gaten, in de woorden van Joke Spaey.

conrad_residentie_van_artevelde_9789460015236Conrads roman betoont zich ‘geen pure Hitchcock,’ stelt ze. Daarvoor is het niet voyeuristisch genoeg. Zo valt de eerste dode erg onverwacht en het slachtoffer in kwestie had je als lezer ook niet kunnen bevroeden. Een grotere onvoorspelbaarheid heeft natuurlijk zo z’n charme. ‘Maar net zo goed is het wel,’ klinkt het dan ook stellig. Spaey maakt duidelijk dat ze met name de onvoorziene wendingen in het plot zeer kon waarderen. Toch is Residentie van Artevelde geen misdaadroman die puur is belust op het opwekken van aha-erlebnissen vanuit een moordonderzoek. Het is meer dan dat, aldus Spaey. Conrad bedient zich van een talig ‘verbluffende’ stijl en veredelt het werk met rijke, gedetailleerde interpersoonlijke relaties. Dat laatste uit zich onder andere in ‘dwingende erotiek’ en een veelvoud aan uitingen van menselijke zwakte en onbeholpenheid, waaraan Spaey zich, zo geeft ze toe, verlekkerd heeft. Deze sterke menselijkheid in de roman noir maakt dat je als lezer sneller ontroerd of verbijsterd raakt. En soms wekt het hilariteit. Ik bedenk me dat het invoegen van wat knulligheid en domheid hier en daar inderdaad een treffende manier moet zijn om de strakke spanningsboog en de vele onrustbarende ontdekkingen af en toe subtiel te onderbreken, waardoor de lezer ontvankelijker blijft voor diezelfde wendingen en ontluisterende details.

Zijn stilistische en plottechnische beheersing alsmede zijn vermogen treffend onconventioneel te zijn, is wat Patrick Conrad uniek maakt binnen de Vlaamse misdaadliteratuur volgens Spaey. Volgend op deze pluim prijst ze zijn veelzijdigheid en extravagantie. ‘Avant-garde is hij altijd geweest,’ zegt ze. Ter illustratie haalt ze Mascara aan, Conrads jaren-tachtigfilm waarin de grenzen van seksualiteit en geslacht opgerekt werden tot ver binnen de taboesfeer van zelfs vandaag de dag. Hoe Conrad ook in Residentie van Artevelde zulke creatieve eigenzinnigheid weet te combineren met een meesterlijke uitwerking van een klassieke noir detective, wekt onmiskenbaar Spaeys bewondering. Conrad is onplaatsbaar, on-Vlaams. Hij weet het plot voortdurend los te laten zonder dat dit afdoet aan de spanning en ‘rammelt met de grenzen van gender en fatsoen’. Dat deze misdaadroman beslist niet uitsluitend over misdaad gaat, blijkt uit de slotregels die Spaey –ongetwijfeld met toestemming- uit de doeken doet: “In de liefde is het zoals in de kunst. Niets is wat het lijkt en je ziet alleen wat je wil zien.”

Volgend op deze publicitair zeer profijtelijke recensie van Joke Spaey neemt Patrick Conrad het woord. Ter introductie zal hij het eerste hoofdstuk uit Residentie van Artevelde ‘waarschijnlijk klunzig’ voordragen. Met die klunzigheid viel het heel erg mee, wat dit een behoorlijk Vlaamse opmerking maakte, maar dat terzijde. Uit het begin van de roman noir wordt al snel duidelijk dat het verhaal zich afspeelt in 1998. Terwijl Bernard naar huis flaneert, omschrijft Conrad de omgeving in weelderige, sierlijke volzinnen. De stijl is sferisch en sterk beeldend. Op vermakelijke wijze beschrijft hij hoe de hoofdpersoon afhaakt bij te politiek-maatschappelijke dronkenmansdiscussies in zijn stamcafé. Bernard vond ze al snel te nihilistisch worden. En nihilistisch is hij niet. Fatalistisch wel, hoor ik Conrad voorlezen. Ironisch, mijn eerdere conclusie over zijn ontrafelingsdrang in ogenschouw nemend. Het zal wel bespiegelend fatalisme betreffen, besluit ik.

Foto_Patrick_Conrad_ACHTERFLAP_EDIAPASO_2Op zijn veertigste is Bernard al door zijn eigen sterfelijkheid geboeid, vervolgt Conrad beschrijvend. Sterfelijkheid is sowieso een thema waar hij zich gretig aan laaft. Zo interesseren de rituelen omtrent Tsaristische begrafenissen hem mateloos. Zulke curiosa bespreekt hij het liefst in zijn stamkroeg, waar hij ook deze nacht tot sluitingstijd om half zeven ’s ochtends gebleven was. De wandeling die hierop volgt, grijpt Conrad dus aan om descriptief eens flink uit te pakken. Klanken, geuren en werkelijk bestaande Antwerpse straten passeren de revue vanuit de beleving van Bernard. En dan ineens past Conrad een eerste duistere toets in: schimmige geslachtsneutrale figuren mystificeren de marge van Bernards waarneming.

Conrad beschrijft een zwoele zomernacht waarin Bernard eveneens een flamboyante persoonlijkheid blijkt: onder zijn vrienden bevinden zich meerdere hoeren en travestieten. Voorts omschrijft Conrad hem als man met een nierprobleem en een verdwenen mannelijke partner. Bij thuiskomst kijkt Bernard naar de overkant. In één van de vijf appartementen van de Residentie van Artevelde brandt al licht. De andere vier alsook het penthouse waar een gepensioneerde, zelden buiten komende politiecommissaris woont, zijn nog donker. Hierop zoekt Bernard zijn bed op. Niet voor lang; veel slaap heeft hij niet nodig.

 

Conrad klapt zijn exemplaar van zijn nieuwste misdaadroman dicht en sluit de boekvoorstelling af. Op wederom zeer ontspannen, haast geborgen toon stelt hij voor samen een glas te schenken en wat na te praten. Zo geschiedt, terwijl ik me afvraag of die Residentie van Artevelde ook echt bestaat. Een korte zoektocht op internet leert dat er zeer onlangs een wooncomplex is opgeleverd met exact dezelfde naam. Niet in Antwerpen, maar in De Panne. Dan nog: het is het soort toevalligheid waar thrillers vol van staan.

 

Bestel uw exemplaar van Residentie van Artevelde hier!

Deze boekvoorstelling werd georganiseerd in samenwerking met Uitgeverij Vrijdag.




 
Openingsuren
van maandag t.e.m. zaterdag
van 9u30 tot 18u.
De Groene Waterman
Wolstraat 7 - Antwerpen
Tel. 03/232.93.94
 

algemene verkoopsvoorwaarden