Payday Loans

Zoek een boek



Mijn winkelwagen


De Groene Waterman. Een huis voor boeken, cultuur en ontmoeting

 
 5 mei 2017
In de bres voor wetenschappelijke legitimiteit
Verslag filoSofa-lezing wetenschapsfilosoof Bert Leuridan (UA)

Door Sjaak Oostenrijk, stagiair MA Taal- en Letterkunde: Nederlands, UA

711d4e9a0b7ecb888d9241017cb9b8e6Een half uur na aanvangstijd loopt de man die ik daarvoor enkele keren lichtelijk gehaast met zijn laptop heen en weer heb zien struinen, naar voren. Hij zal zijn lezing zonder powerpointpresentatie houden, deelt wetenschapsfilosoof Bert Leuridan droogjes mede. “Uitgerekend als ik een lezing over de rol van wetenschap in de maatschappij wil beginnen, crasht mijn pc!” Leuridan lacht er ingetogen bij. Hij lijkt zich gemakkelijk te beschikken in deze tegenspoed. Ook in het publiek van UA-wijsbegeertealumni was er niemand die de ontspanning verloor door de uitloop. Filosofen zijn kennelijk goed in emotiebeteugeling. Getraind in de betrekkelijkheid. Naast de rol van wetenschap in de samenleving wil hij de specifieke rol van de wetenschapsfilosofie onder het licht houden, kondigt Leuridan aan. Samen met Erik Weber en Merel Lefevere van de Universiteit Gent bracht hij vorig jaar Wetenschap: wat, hoe en waarom? uit. Dit wetenschapsfilosofische overzichtswerk vormt het uitgangspunt van deze lezing.

 

In alle wetenschappelijke publicaties staat causaliteit centraal. Leuridan begint kordaat. Om snel toe te voegen dat causaliteitsvinding met name interessant is in de sociale wetenschappen. Daar waar het het ingewikkeldst is dus. Hoe stel je daar oorzakelijkheid vast? Waar is dat op gebaseerd? Ik krijg onmiddelijk Karl Popper-flashbacks. Leuridan is echter nog aan het inleiden: de wetenschapsfilosofie is geïnteresseerd in zaken die ook voor niet-wetenschappers en niet-filosofen relevant zijn. Het is maatschappelijk nuttig, lijkt hij al te willen onderstrepen. Het helpt met name de geesteswetenschappen in waarheidsvinding dan wel consensusbouwing. Dit gebeurt bijvoorbeeld logisch-empirisch, legt Leuridan uit. Middels voorspelling en verklaring. Wanneer je met kloppende logica een hypothese niet kunt ontkrachten, is die ofwel correct of niet rationeel genoeg, niet testbaar genoeg opgesteld.

9200000068747010De publicatie van Weber, Leuridan en Lefevere, die grotendeels gebaseerd is op het werk van de eerstgenoemde, is geen chronologisch overzicht maar een 'systematische inleiding'. Het begint met een aantal hoofdstukken over correlaties en causaliteit. Wetenschappers werken zich daarvoor met verschillende technieken in het zweet, stelt Leuridan. Het probleem is dat lang niet alle correlaties een oorzakelijk verband indiceren. Veel correlaties zijn stomweg toevallig en helpen de wereld dus niet verder te verklaren. Om te ontdekken waar de causaliteit zich werkelijk bevindt, kunnen onderzoekers gecontroleerde toevalsexperimenten uitvoeren. Daarbij worden proefpersonen willekeurig blind onderverdeeld in een experiment- en een controlegroep, bijvoorbeeld bij medisch onderzoek. Niettemin botsen wetenschappers hier regelmatig op ethische barrières. Zo kun je een testgroep niet verplicht laten roken in een vorsing naar longkanker, licht Leuridan toe. In zo'n geval zijn de onderzoekers aangewezen op minder zekere methodes.

Maar wetenschapsfilosofie moet meer behelzen dan alleen het bedenken hoe wetenschap het best uitgevoerd kan worden, stelt de UA-academicus hierop. Het moet meer zijn dan louter falsificatie, objectivicatie, herhaalbaarheid enzovoort. Het dient net zo goed na te denken over bijvoorbeeld het onderscheid tussen wetenschap en religie, metafysica. En -ook andersom- over de verhouding tussen de wetenschap en ethiek: moet de ethiek zich baseren op een emotionele consensus of (tevens) op wetenschappelijke inzichten?

Vervolgens zoomt Leuridan weer flink uit. Wat is wetenschap eigenlijk? En wat is wetenschapsfilosofie exact? Dit tasten hij en zijn co-auteurs fanatiek af in het begin van het boek. Hoe dan ook moet het laatste kritische reflectie over wat wetenschap is, omvatten. Ook mag het niet pejoratief of adorerend zijn. Kritiek moet altijd opbouwend blijven. Nu is het voor een kritische reflectie op iets allereerst nodig om het doel ervan vast te stellen, verkondigt Leuridan. Dus: wat is het doel van wetenschap? Dat is een ontzettend lastige vraag, waar ontelbare, zeer uiteenlopende antwoorden op gegeven en te geven zijn. Aan de achterliggende vraag wat wetenschap überhaupt is, wagen de schrijvers zich niet eens. Het probleem zit 'm in de grens. Waar ligt die? Niet te doen, aldus de UA-docent. Er is geen onderscheidende omlijning waar te nemen. De grens is gradueel.

download_1In vergelijking met andere vormen van kennisvergaring is wetenschap in ieder geval succesvol, poneert Leuridan als stelling. Dat hangt ervanaf wat je nastreeft, bedenk ik me. Als je duidelijkheid, eensgezindheid en geborgenheid nastreeft, kun je de wereld maar beter via een religie waarnemen. De stelling blijkt van Peter Godfrey Smith (foto) te komen. Wetenschap zoals wij die kennen, is op een heel gerichte, objectieve, systematische manier in de realiteit geënt, stelt hij. Het kent bovendien een bijzonder geslaagd gestructureerde cultuur; het functioneert uiterst vloeiend. Smith neemt overtuigd aan dat wetenschap succesvol is, omdat het ons technologie en inzichten geeft die we anders niet gehad zouden hebben. Voor hem staat dit los van of het nut heeft of niet, legt Leuridan uit. Het gaat niet om het succes van het succes in deze vraag. En evenmin in het Wetenschap: wat, hoe en waarom? Want over nut kun je eindeloos discussiëren en eenvoudig tegengestelde conclusies trekken. Zo zijn er wetenschapsfilosofen die van mening zijn dat het verboden zou moeten zijn om je academisch voor militaire doeleinden in te zetten, zelfs indirect, terwijl er ook zijn die dit juist als vaderlandslievende plicht beschouwen.

In de wetenschap wordt doorgaans uitgegaan van wat Popper fallibilisme noemt: dat theoriën, verklaringen en aannames foutief kunnen blijken te zijn. Tot Leuridans frustratie vergeet men dit in de maatschappelijke praktijk van alledag zeer dikwijls. Met tot gevolg dat veel leken met bijvoorbeeld een grote interesse voor gezond eten moedeloos raken van alle contradicties in wat 'aangetoond' en 'vastgesteld' werd. Mensen houden van duidelijkheid, van overzicht, van zekerheid, en wetenschap is een matige vervanger van zelfs alleen het ordelijke deel van religie, denk ik in mezelf. Er is natuurlijk ook een precaire balans tussen het beeld van een effectief systeem van waarheidsvinding, waar onontbeerlijk in geloofd moet worden door ook wetenschappers zelf, en de praktijk van een systeem waarin een theorie nooit een leer mag en kan worden. Een groot probleem is er volgens Leuridan wanneer ontkenners, radicale relativisten of sceptici de onvermijdelijke inconsequentie binnen wetenschappelijke terreinen gaan uitbuiten omwille van het halen van hun gelijk.

Dat tegenstrijdigheid uiteindelijk niet te pareren is, vloeit voort uit de feilbaarheid van ons mensen. In het bijzonder ligt het aan de relatie tussen gegevens en veralgemeningen, stelt Leuridan. Weer die causaliteit dus. Alleen falsifiëren biedt zekerheid, hoewel je ook aan de empirie twijfelen kunt. In het boek hangen de auteurs dan ook de relativistisch-pragmatische visie van N.R. Hanson aan. Empirische fenomenen worden gemodelleerd waargenomen, wat al heel veel keuzes en aannames vereist, stelde die onder andere.

Dan blijkt Leuridan toch terug te willen naar de vraag wat het doel is van wetenschap. Buiten het verbeteren van leefomstandigheden en het (daarvoor) beheersen van de natuur. 'Kennis verwerven', klinkt het opvallend resoluut. Omdat dit nogal op een cirkelredenering lijkt, brengt hij ter exploratie drie stellingen te berde:

  • 'Wetenschap heeft als doel om de werkelijkheid zo accuraat en volledig mogelijk te beschrijven.'
  • 'Wetenschap mag zich uitsluitend ten doel stellen het praktisch nut te dienen.'
  • 'Wetenschap moet puur en alleen aan een menselijk wereldbeeld bouwen en mag niet ook nut hebben.'

popperDe eerste stelling is die van de realisten, die niet zo genoemd worden omwille van hun tomeloze realiteitszin in verwachtingen, maar vermits ze de hele realiteit willen kennen. Ook Popper (foto) hangt deze eerste doelstelling aan, hoewel hij niet geloofde in de volledige haalbaarheid ervan. Dat vond hij nochtans geen probleem; we zijn ook niet daadwerkelijk in volledigheid geïnteresseerd. Als voorbeeld noemt Leuridan alle temperatuurschommelingen per vierkante millimeter in de kelder tijdens zijn lezing. Erg oninteressant inderdaad, want volkomen irrelevant. De tweede stelling werd door bijvoorbeeld pragmatist John Dewey gepropageerd. Volgens hem was iets pas van waarde als het in de praktijk op een zinnige wijze toepasbaar was. De derde stelling is tegenstrijdig aan de tweede en komt voort uit het intellectualisme. Wetenschap moet geen ambacht zijn, meende men daarbinnen. Dan brengt het geen diepere kennis, maar louter trucs. In feite worden de eerste twee stellingen vaak 'ruim pragmatisch' verenigd, stelt Leuridan. Ook Wetenschap: wat, hoe en waarom? positioneert zich als zodanig.

De lezinggever snijdt hieropvolgend aan dat wetenschappers voortdurend aan 'idealisering' doen. Aan moedwillige distortie op het reële fenomeen dat je wilt capteren, ten behoeve van de bevattelijkheid. Dit soort verdraaiing, zoals het presenteren van atomen als biljartballetjes, kost nauwkeurigheid. Een andere bevattelijkheidsgreep is abstrahering, vervolgt Leuridan. Hierbij laat je heel veel details weg, zonder verder te verdraaien. Ter illustratie noemt de academicus een metrokaart. De diepte van de tunnels is er niet op te vinden en de lijnen hebben amper bochten. In die zin is zo'n kaart abstact. Dat de lijnen op veel stukken kaarsrecht zijn, is dan weer idealisering. Een metrokaart is dus iets heel pragmatisch.

GW161H219Een bekend begrip uit de wetenschapsfilosofie waar Leuridan allicht niet omheen kan, is het paradigma. Dat doet hij dan ook niet. De Amerikaanse filosoof Thomas Kuhn (foto) beschreef het paradigmatisch proces als volgt, in een notendop: aanvangend rommelt men wat aan zonder paradigma, totdat er een veelbelovend systeem gemunt wordt dat nagevolgd wordt en daarmee de preparadigmatische fase beëindigt. In de loop der tijd zal het eerste paradigma niettemin scheurtjes gaan vertonen door een opeenhoping van anamolieën. Mettertijd vindt er derhalve een paradigmawisseling plaats en is de vorige ziensrealiteit nog moeilijk te begrijpen. Uiteindelijk zal dit proces zich evenwel herhalen. Kuhn is hier meermaals op aangevallen. Hij zou namelijk geen vooruitgang gezien hebben over de wisselingen heen, vertelt Leuridan. Het was een drogredelijke verwerping geweest als het geen latente aanvaarding was. Geen wonder dat Kuhn wetenschappers paradoxaal genoeg als irrationele wezens zag, bedenk ik me.

Aansluitend grijpt Leuridan terug op Peter Godfrey Smith en hoe de organisatie van de wetenschap, het precieze systeem ervan, het zo succesvol maakt. Het brengt mensen immers al vanaf de Verlichting samen en begon direct een ongezien soort openheid te hanteren. Alle bevindingen werden op een transparante manier gepubliceerd in vrij consulteerbare tijdschriften. Dit model was houdbaar, aldus Leuridan, door de individuele beloning die verdiend kon worden. Dit gaat eigenlijk nog steeds op. Wetenschappers kunnen worden geciteerd en bevindingen of ontdekkingen kunnen naar hen worden vernoemd. Dat compenseert de vrije verspreiding van hun werk, legt de spreker uit. Omgekeerd is citeren dan een manier om te betalen voor het gebruik van eerder werk. Dit alles gebeurt door een opvallend sterke norm.

En voor het geval dat die norm toch geschonden wordt, zijn er controlemechanismen ingebouwd in ons wetenschapsmodel. Te weten: peer review bij wetenschappelijke tijdschriften en de eis dat onderzoek herhaalbaar moet zijn. Replicatieonderzoek is inmiddels niettemin relatief zeldzaam geworden. Er kleeft simpelweg weinig prestige aan en financieel wordt het niet of nauwelijks gestimuleerd. De kracht van de academische ethiek wordt voorts duidelijk uit de hardheid van de afstraffing na fraude of plagiaat.

Nu was Thomas Kuhn zelf net zo goed wetenschapper. Ook hij maakte dus gebruik van vooronderstellingen. Één hiervan aangaande zijn paradigmatheorie is dat er slechts één paradigma mogelijk is per vakgebied. Zijn er twee paradigma's, dan zijn er ook twee onderzoeksgebieden. Hierop is Kuhns theorie eveneens geregeld bekritiseerd. Imre Lakatos zag de mogelijkheid van concurrerende onderzoekstradtities bijvoorbeeld juist als bijzonder veelbelovend. Larry Laudan sloot zich hierbij aan door te stellen dat het beter is niet op één paard te wedden. Enig eclecticisme kon alleen maar verrijkend werken.

 

1-T1ZQCzcxJmmKqnPwZZ3m4QAfsluitend gaat Leuridan in op de manier waarop in de media bericht wordt over wetenschappelijk onderzoek. Dat het überhaupt opgepikt wordt, vindt hij positief, maar dat er veel distortie plaatsvindt, concludeert hij net zo snel. Wetenschapsnieuws kan mensen helpen en legitimeert bovendien al het belastinggeld dat naar de universiteiten gaat, licht Leuridan toe. Maar in het overnemen van uitspraken, die in de wetenschap veelal zeer afgewogen zijn, gaat het aan de lopende band fout. Waar er uit een onderzoek redenen rollen om aan te nemen dat iets zus en zo zou kunnen zijn, berichten journalisten dat er iets is vastgesteld. Sterke overdrijvingen in stelligheid leiden tot curieuze contradicties in het oppervlakkigere wetenschapsnieuws, stelt Leuridan. Marktwerking in de media, denk ik ondertussen. Zoveel mogelijk aandacht genereren, opvallen, behapbaar zijn. De filoSofa-spreker onderbeekt mijn gedachten door een onderzoek aan te halen waarin in negenendertig procent van de onderzochte nieuwsberichten over wetenschappelijke artikelen correlaties als causale verbanden werden gepresenteerd of geïnterpreteerd. Nuances in conclusies verdwijnen in bijna de helft van de gevallen volgens hetzelde onderzoek. Leuridan waarschuwt dat dit het vertrouwen van het publiek in de wetenschap aantast. Dat is onterecht en gevaarlijk. In een tijd van populisme waarin het anti-intellectualisme en het anti-elitarisme het anti-hiërarchisme hebben opgevolgd zijn deze woorden meer dan terecht. Het is dan ook zaak dat de wetenschapsfilosofie niet stilstaat, besluit Leuridan. Juist vanuit die discipline moeten ideeën komen om het aanzien van feiten en rationaliteit internationaal te herstellen tot een niveau dat vereist is in een rechtsstaat.

 

Klik hier voor uw exemplaar van Wetenschap: wat, hoe en waarom? (Garant, 2016)

Deze avond werd georganiseerd in samenwerking met alumnivereniging filoSofa van de Universiteit Antwerpen.

 




 
Openingsuren
van maandag t.e.m. zaterdag
van 9u30 tot 18u.
De Groene Waterman
Wolstraat 7 - Antwerpen
Tel. 03/232.93.94
 

algemene verkoopsvoorwaarden