Payday Loans

Zoek een boek



Mijn winkelwagen


De Groene Waterman. Een huis voor boeken, cultuur en ontmoeting

 
 31 mei 2017
Topcomedy onder een boekhandel
Sfeerverslag Stand-Up Antwerp (editie 17 mei), in de kelder van De Groene Waterman

Door Sjaak Oostenrijk, stagiair MA Taal- en Letterkunde: Nederlands, UA

18527938_1365445283522791_318303194761546143_n“Dit is een sekte man!” kraamt de Engels-Belgische komiek Nigel Williams hysterisch tegen een jongeman nadat blijkt dat dit zijn eerste bezoek aan de Antwerpse comedy cellar is. Ondanks deze publiekelijke waarschuwing zou de bezoeker in kwestie –naïef dan wel heldhaftig midden vooraan gezeteld- het deze avond flink te verduren krijgen. Williams, de organisator en gastheer van deze maandelijkse stand-upcomedyavond, zou zelf overigens evenmin zachtzinnig behandeld worden gedurende de show. Maar iemand die steevast opkomt op het ironiserende ‘Stuck In The Middle With You’ van Stealers Wheel, kan vast tegen een stootje. Sowieso zullen weinig mensen beter ‘tegen een grapje kunnen’ dan stand-up-comedians. Een goed relativeringsvermogen correleert kennelijk met een bedrevenheid in het vinden van hilarische associaties. Geslaagde grappen draaien tenslotte vaak om subtiel mislukte logica over gevoelig liggende kwesties. Je moet net af kunnen wijken en daar ook toe bereid zijn. Het gevolg is dat komieken ongemakkelijke zaken in het betrekkelijke trekken, waardoor we er even over kunnen ontspannen. De ontlading waarmee dat gepaard gaat, is onze lach. Tot zover mijn getheoretiseer: terug naar de avond.

 

Tien minuten voordat Nigel Williams met een oerkreet zijn gang richting het podium had ingezet, was de tjokvolle kelder effectief veranderd in de ‘Stand-Up Comedy Cellar’ die het één keer in de maand is. Het verschil met nog een minuut eerder zat ‘m in de muziek. Bigband, swing en jazzy soulbalads gaven de gedimd verlichte kelder een retro-New Yorkse allure. Opeens hing er een typisch Amerikaanse stand-upsfeer die gezien de Engelstalige line-up en hun redelijk conventionele stijl naar mijn mening volkomen op zijn plaats was.

18619991_1365440910189895_402645043149015390_nDe eerste stand-upper waarvoor Williams plaatsmaakt is Luke Benson, een ‘net-aan-reus’ met een voorliefde voor minimalisme. De uit Newcastle afkomstige komiek krijgt de sfeer er direct uitstekend in met woordgrappen, wat droogheid en her en der een vleugje absurditeit. Alsmede met geslaagde accentimitaties, zoals dat van pricks uit Londen en dat van zelfvoldane snobs uit Californië. Benson gaat uitgebreid door over zuipen: naar het schijnt heeft hij zelfs een dronken alter ego. Ook in zijn lengte vindt hij een dankbaar onderwerp. Tot tweemaal toe spuit hij bovendien zijn ergernis over de ambitieloze, ongemotiveerde, gelaten volksaard van zijn landgenoten. De doorsnee Geordie is liever afgunstig dan inspirerend, aldus Benson. Het knorrig-achteloze stereotype van de arbeidersklasse weet hij erg vermakelijk naar zijn hand te zetten.

18486221_1365440906856562_7276021935890624691_nNa Benson is het de beurt aan Anil Desai, een Londenaar met Indiase wortels. Eenmaal op het podium gearriveerd grijnst hij een seconde of twintig roerloos richting het publiek, met direct grote hilariteit tot gevolg. Om zich vervolgens aan de voltallige voorste rij één voor één voor te stellen middels een droog-zakelijke handdruk. De set die Desai hierop begint, kenmerkt zich door een lichtelijk passief-agressieve stijl. Zo klaagt hij op geestige wijze over dat hij na tien jaar stand-up nog steeds geen enkele faam heeft vergaard, over de nukkige apathie die een Nieuw-Zeelands publiek puur en alleen op uiterlijk niveau tentoonspreidde en over hoe E.T. door de huidige –zogezegd onaardige- generatie kinderen nooit zo vriendelijk ontvangen zou zijn. De specialiteit van de Engelsman blijkt het imiteren van filmacteurs te zijn. Aan de hand van kaartjes met acteursnamen, voorgelezen door dezelfde jongeman die Nigel Williams reeds geviseerd had, gaat hij er een hoop af. De treffendheid van zijn nabootsingen is opvallend. Wanneer de voorlezer pardoes commentaar begint te leveren, besluit Desai zich niet in te houden. Ongegeneerd gebruikmakend van de macht van de microfoon zet hij de nieuwkomer volstrekt te kakken. De kaartjes verplaatst hij daarop naar iemand anders in de eerste rij. Tussen zijn imitaties door wijdt de komediant geregeld uit. Zo leert hij zijn publiek hoe Al Pacino na te doen en schept hij intentioneel misplaatst op over hoe Indiërs niet eens hiernaartoe hoeven te komen om ‘onze banen’ in te pikken. Een sterk filosofische impersonatie van Matthew McConaughey was wat mij betreft zijn hoogtepunt. In de pauze volgend op het optreden van Desai klinkt een rijke verzameling warme Amerikaanse muziek. Van wederom jazzy soul tot rustige funk en pure jazz.

18558800_1365435046857148_8702115244453080364_oAls Williams na de onderbreking het geroezemoes onder controle heeft, rijgt hij ter opwarming meteen weer de grappen aan elkaar. De improvisatie schuwt hij daarbij niet, ondanks de korte tijdspanne die hij heeft. Zo concludeert hij erg gevat dat de mensen die op de –zeer warme- avond in kwestie zijn weggebleven, verdomde klimaatontkenners zijn. Na onder andere nog ironisch van het podium gejoeld te zijn, roept Williams de headliner naar voren: Dave Fulton. “Thank you, fat guy!” roept deze nonchalant, gelijk nadat hij de microfoon van de gastheer aangereikt heeft gekregen. De in Londen woonachtige Fulton vertelt dat hij Idaho ontvlucht is wegens een teveel aan rednecks en truckers en theoretiseert dat de Antwerpse kasseien alleen bedoeld kunnen zijn om vijanden in de oorlog af te remmen. België is immers zó goed in zelfverdediging, licht hij toe met een extra lompe verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog. Fultons timing is opvallend soepel: zijn grappen komen erg natuurlijk over, ook al zijn ze lang niet altijd zo eenvoudig. Ook betoont hij zich een liefhebber van het hardere en foutere werk. De Antwerpse Gay Pride vindt hij bijvoorbeeld “niet voor echte mietjes”; bij de Amsterdamse Canal Parade moeten de deelnemers in verband met alle bruggen in ieder geval nog zeven keer bukken. Maar Fulton blijkt erg veelzijdig. Maatschappelijke en politieke thema’s komen evengoed voorbij in dit langste optreden van de avond. Zo typeert hij Trump als een brandende raceauto die op een muur afstevent, zonder dat het merendeel van de Amerikanen het doorheeft. Tevens laat hij zien grofheid helemaal niet nodig te hebben wanneer hij Canadezen typeert als Mexicanen in truien die als enige taak hebben om de VS tegen ijs te beschermen. De overtuiging waarmee hij deze absurditeit meedeelt, geeft blijk van groot vakmanschap.

In navolging van Luke Benson kenschetst ook Fulton de Engelsen als een miserabel volk. Hij zet dit op zijn beurt bijzonder komisch af tegen bespottelijk opportunistische en optimistische Amerikanen, in de vorm van een werkelijk belachelijke beschrijving van een sterk aangezette Amerikaanse Droom. De nuchtere Vlaming zegt hij wel te kunnen waarderen, hoewel hij vraagtekens zet bij hoe Nederlandstaligen in Zuid-Afrika Afrikaanstaligen volgens hem steevast als volstrekte randdebielen aanzien. Vervolgens begint Fulton pardoes aan een wijdlopige anekdote uit de tijd dat hij nog cocaïnehandelaar was. Het is een bijzonder fantastisch “waargebeurd verhaal” over een dronken en andersoortig bedwelmde feestnacht in de woning van een vriend. Over politieparanoia, over de narcotische hoogachting van krankzinnig slechte ideeën en over ozonvernietigend braaksel. Fulton blinkt boven alles uit in creatieve vergelijkingen en typeringen. Tegen het eind van zijn act uit de Idaho’er nog een stevig dedain jegens sociale media, en pakt vervolgens uit met wederom een paar harde grappen. Om direct hierna vermeend bloedserieus te verkondigen dat hij geen racist meer is sinds hij en zijn vrouw een zwart jongentje geadopteerd hebben.

 

18485850_10158851372510226_3653287652864628877_nMet wat grappen over de avonturen van hem en zijn zoontje en de toedracht van de adoptie besluit Fulton zijn optreden op elegante wijze. Achteraf snap ik goed waarom hij de hoofdact was. Niettegenstaande dat het algehele niveau hoog lag; ook Benson en Desai wisten het publiek goed te vermaken. Nu zal dit geen toeval zijn geweest. De zaal was heus niet toevallig tot de nok toe gevuld. Topcomedy in een sfeervolle, lekker clichématig New York-achtige stand-upkelder: het bestaat gewoon in Antwerpen.

 

De laatste Stand-Up Antwerp-avond voor de zomerstop is op 21 juni. Klik hier voor meer informatie.




 
Openingsuren
van maandag t.e.m. zaterdag
van 9u30 tot 18u.
De Groene Waterman
Wolstraat 7 - Antwerpen
Tel. 03/232.93.94
 

algemene verkoopsvoorwaarden