Payday Loans

Zoek een boek



Mijn winkelwagen


De Groene Waterman. Een huis voor boeken, cultuur en ontmoeting

 
 10 juni 2017
Passie en idealisme voor een verdeelde eenheid
Verslag van drie schrijvers over de Koerdische kwestie

Door Sjaak Oostenrijk, stagiair MA Taal- en Letterkunde: Nederlands, UA

nieuwe-banner-2016Het was een beeld dat heel de wereld over ging: dat van Koerdische vrouwenbrigades, strijdend tegen nota bene de misogyne gruwelextremisten van IS. Wat achter deze saillante anomalie binnen de islamitische wereld zat, werd echter zelden belicht. Voor een kijker van het journaal kon het net zo goed een nood-breekt-wettafereel zijn. Dat het verschijnsel vrouwelijke Koerdische militairen in werkelijkheid een logische exponent is van het buitengewoon idealistische, sterk egalitaire revolutionaire gedachtegoed van de visionaire Koerdische leider Abdullah Öcalan, zou ook ik deze avond pas te weten komen. Bewustzijn vergroten over de Koerdische kwestie was dan ook exact wat het Koerdisch Instituut voor ogen had met de organisatie van deze bijeenkomst. Daartoe had het drie auteurs samengebracht die ieder onlangs een boek hadden gepubliceerd met betrekking tot de Koerdische actualiteit. Deze informeringsexercitie was als volgt gepland: elk van hen bespreekt eerst vanaf het podium zijn publicatie. Vervolgens wordt het publiek in drie groepen opgedeeld, waarover de drie schrijvers zich verdelen en na tien minuten doordraaien naar de volgende kring.

 

De eerste auteur die het woord krijgt op het kelderpodium is Dirk Rochtus. Deze docent Internationale Politiek en Duitse geschiedenis (KU Leuven), alsmede van 2002 tot 2007 respectievelijk politiek adviseur en functionaris met betrekking tot buitenlandbeleid, volgt de situatie in het Midden-Oosten al jaren met extra belangstelling. Zo doceerde hij in 2002 aan de Midden-Oosterse Technische Universiteit te Ankara en publiceert hij met behoorlijke regelmaat opiniestukken en counter-essays over de regio. In De tiran van Tikrit is een selectie hiervan gebundeld tot negen thematische hoofdstukken, vertelt Rochtus.

Het eerste deel is geweid aan de nieuwe orde in de Arabische wereld die door toedoen van de Verenigde Staten is ontstaan en in feite mislukt is, vervolgt de buitenlandspecialist. Alleen middels verandering van onderop is deze orde constructief te herstellen, stelt hij. Het tweede hoofdstuk gaat over Irak. Over hoe dat land inmiddels goeddeels uiteengevallen is en wat dat te maken heeft met internationale verhoudingen. Het derde deel van het boek handelt over de sektarische breuklijnen in het Midden-Oosten en het vierde over Iran, waar volgens Rochtus beslist geen Iraanse Lente heeft plaatsgehad met het aantreden van Rohani. Hoofstuk nummer vijf behandelt vervolgens Israël en het zesde deel gaat over de relatie tussen Turkije en de EU. Hoofdstuk zeven betreft de zuidelijke Kaukasus, waarbij Rochtus de 'voetbaldiplomatie' aanhaalt, zo genoemd omdat de Armeense en Turkse presidenten elkaar opzochten naar aanleiding van een voetbalwedstrijd in hun respectievelijke landen. Deze toenaderingspoging is helaas schromelijk miskukt. Ook komt in deze sectie de kwestie van het etnisch Armeense Nagorno-Karabach, dat volkenrechtelijk onder Azerbeidzjan valt, aan bod. Rochtus trekt een parallel tussen de zelfbeschikkingsdrang van Nagorno-Karabach en de toenemende autonomie van de Koerden, die in Irak al langer veel zeggenschap bezaten maar nu ook in Noord-Syrië veel eindmacht verwerven. In Turkije en Iran ontwikkelt de situatie zich daarentegen volstrekt niet in deze richting, tekent Rochtus hierbij aan. Het achtste hoofdstuk van De tiran van Tikrit bestaat uit artikelen en essays over de Turkse binnenlandse politiek en het negende en laatste over het buitenlandbeleid van datzelfde land.

cover-rochtusRochtus haalt aangaande deel acht een voormalige academische collega in Ankara aan, die zich in 2003 al het volgende liet ontvallen: ‘wat is er van jouw land gekomen, Atatürk?’ De schrijver legt uit hoe president Erdogan doorlopend nationalistische krachten voedt, wat omgekeerd evenredig doorwerkt op het sentiment jegens de aanzienlijke Koerdische minderheid in het land. Even leek er in 2015 een nieuw tijdperk te zijn aangebroken, toen de HDP, een pro-Koerdische politieke partij, door de kiesdrempel van tien procent heen brak. Dit mocht echter niet zo zijn. De regerende AK-partij werkt nauw samen met de nationalistische MHP om de HDP en de Koerden in het algemeen onder de duim te houden. Rochtus had het opdoemen van de ‘tweekoppige draak’ AK-MHP al voorspeld. De actieve propagering door de MHP van de volksraadpleging die Erdogan als president inmiddels grondwettelijk ontzettend veel bevoegdheid heeft gegeven, bevestigde het gelijk van de academicus opnieuw. In een ander stuk in hoofdstuk acht bespreekt Rochtus het perspectief van meer Koerdische zelfbeschikking in Turkije vanuit de veiligheidssituatie zoals die door de AK-partij gepresenteerd wordt. Dat is een veiligheidsplaatje waarbinnen er voor Koerdische autonomie simpelweg geen ruimte is, concludeert hij.

In het afsluitende negende hoofdstuk van De tiran van Tikrit benadrukt Rochtus dat niet de islam, maar wederom het overmatige nationalisme het probleem is wat betreft het Turkse buitenlandbeleid. De gedachte was ooit dat de EU definitief een wereldmacht zou worden met Turkije in de gelederen, maar de werkelijkheid bleek weerbarstig. Het Anatolische land bleek uiteindelijk niet in staat of bereid om binnenlandse problemen het hoofd te bieden op een met EU-wensen verenigbare manier. Zo zinspeelde Turkije onlangs nog op een herinvoering van de doodstraf, illustreert Rochtus. Iets waarvan ook in 2012 al gewag werd gemaakt.

Direct na het aangereikt krijgen van de microfoon, steekt Hugo Van Rompaey, gedurende lange tijd actief in zo ongeveer alle bestuurslagen binnen Vlaanderen en België, een bevlogen vertoog af. Van Rompaey, die zich sinds eind jaren 80 inzet voor de Koerdische zaak, rondt momenteel zijn doctoraat over deze kwestie af aan de KU Leuven. Na twaalf jaar studie en reeds meerdere publicaties in boekvorm, is nu De Koerdische kwestie verschenen. Deze doctoraatsuitgave bestaat uit vier delen. ‘Vier boeken, vijf boodschappen,’ klinkt het stellig. Het eerste deel betreft een historiografische beschrijving van het Koerdische volk. Van Rompaeys stem verraadt grote bewondering wanneer hij deze woorden uitspreekt. Bezield vervolgt hij door te benadrukken hoe belangrijk een nauwgezette geschiedkundige weergave van de Koerdische geschiedenis is, nu Turkije fanatiek aan historische falsificatie doet. Het tweede deel van De Koerdische kwestie behandelt het verschil tussen volks- en staatsnationalisme. Dat de natie als staat en de natie als volk voor de Koerden nergens samenvallen, is uiteraard een logische duiding van het probleem. Om deze discrepantie beter te kunnen begrijpen, stelde Van Rompaey dertien werkfactoren op voor nationalisme. De meeste wetenschappers houden het op vier elementen, die bovendien eerder identificatiecriteria zijn, vertelt hij. Hij verkiest nochtans werkfactoren omwille van de vloeibaarheid van de situatie. Van Rompaey verwoordt zich markant en lijkt ook in zijn onderzoeksmethodiek de eigenzinnigheid niet te schuwen. In het derde deel beschouwt Van Rompaey de Koerdische kwestie bijvoorbeeld vanuit een theologische optiek, waar hij nu evenwel niet verder op ingaat. In het vierde en afsluitende deel gooit de promovendus het voorts over een filosofische boeg. Hij vertelt ooit vier uur lang gesproken “te mogen” hebben met Abdullah Öcalan, wat een diepe indruk op hem naliet. De Koerdische leider etaleerde een niveau van wijsheid, van weldenkendheid dat Van Rompaey aan Gandhi deed denken.

KoerdenUit de vijf voornaamste boodschappen die Van Rompaey met De Koerdische kwestie overbrengt, spreekt wederom diepe affiniteit voor de Koerden. Het eerste punt dat de oud-politicus hoe dan ook overgebracht wil hebben, is gericht aan het Turkse regime: stop met wetenschappelijke falsificatie. Van Rompaey legt uit dat Erdogan en co dit niet uitsluitend doen wat de historie betreft. Ook de Koerdische taal kan in Turkije bijvoorbeeld praktisch amper bestudeerd worden; het wordt afgedaan als een curieus dialect van de ‘Bergturken’. De promovendus spreekt dit laatste woord uit met grote afkeuring. Het totalitaire Turkse bewind maakt een logische antropologische en ethische beschouwing van de Koerden maar wat graag zo moeilijk als maar kan. Van Rompaeys tweede boodschap ligt in het verlengde van de eerste, maar is ditmaal gericht aan de Westerse politiek: hol die misleiding niet achterna! De derde aanbeveling betrekt nu ook de journalistiek erbij: respecteer de universiteiten en stop met het verspreiden van aantoonbaar foutieve informatie. Van Rompaey briest het nog net niet uit; het lijkt hem buitengewoon aan het hart te gaan. Zijn vierde boodschap is dan ook sterk antipropagandair en idealistisch: het Koerdische volk streeft geen terrorisme na, maar louter ‘ethisch nationalisme’. Dit is een door de promovendus zelf gemunte term die mijn wenkbrauwen eerlijk gezegd lichtelijk deed fronzen. Gelukkig is Van Rompaeys laatste punt concreet: een oplossing voor de Koerdische kwestie is realiseerbaar op basis van de door hem opgestelde ‘veertien punten van Rome’. Deze lijst is gestoeld op het gesprek dat hij twee uur lang had met Öcalan in een Romeinse gevangenis. Een gesprek waarvan Van Rompaey zelfs het exacte aanvangstijdstip nog weet te noemen. En waaruit hij dus veertien ingrediënten voor vrede heeft weten te delven.

Bart_coverdef-678x381Vertaler, journalist en onderzoeker Bart Peeters-Akkermans lost de zeer bevlogen oud-politicus af. Peeters-Akkermans deed eerder onder andere onderzoek naar Jemen, Saoedi-Arabië, Syrië en Libië en bracht als redacteur onlangs De staat voorbij uit. Hierin bundelt hij teksten van derden 'over het democratisch confederalisme en de nieuwe ideologie' van de Koerdische vrijheidsbeweging. “De media gaat voorbij aan de ideologie,” stelt hij. Hij vertelt dat er in Rojava, het Koerdische gebied in de noordelijke delen van Syrië, solidariteitscomité's bestaan. Met behulp van een sterke naduk op het lokale werken deze comité's aan de toepassing van het nieuwe Koerdische denken. Zo is er een seculiere basisdemocratie vanuit de dorpen opgezet, is er ongeacht de oorlog veel ecologisch bewustzijn en gaan de Syrische Koerden uit van vergaande gelijkheid tussen de geslachten alsmede een economie die op basis van gemeenschappelijkheid functioneert. Dit is een nogal radicale omslag, zegt Peeters-Akkermans. PKK-ers, door ook de EU nog immer aangemerkt als terroristen, strijden nu voor een ideaal van bijvoorbeeld volksraden waarin altijd minimaal veertig procent vrouwen of mannen moeten zitten en waarvan de voorzitter altijd een co-voorzitter naast zich heeft van de andere sekse.

Abdullah_calanDe staat voorbij bevat meerdere teksten van Abdullah Öcalan (foto) zelf, die Peeters-Akkermans vertaalde. De geestelijk vader van dit nieuwe denken schrijft onder meer over economie, ecologie en de problemen van het patriarchaat, en niet uitsluitend in feministische zin. In het democratisch confederalisme dat Öcalan beoogt, wordt namelijk ook teruggekeerd naar een protokapitalistisch systeem van kleinschalige, goeddeels zelfvoorziendende, lokale handel, zonder rol voor een patriarch in het algemeen. De confederatie moet egaliair en participatief zijn, licht Peeters-Akkermans toe, opdat zelfs de slapste aftreksels van slavernij en feodalisme niet de minste kans hebben. Daarom is de organisatie zodanig dat een machtige elite afwezig is. De opleiding van strijders in Rojava bestaat voor een aanmerkelijk deel uit het aanleren van de ideologie van Öcalan, vervolgt de redacteur. De voorheen bijzonder hiërarchische PKK legt nu een basisdemocratie op, wat op twee manieren ironisch is, maar aanvankelijk nodig.

Tijdens het interactieve deel van de avond vuren de bezoekers, waaronder als vanzelfsprekend een hoop Koerden alsook mensen met een bijzondere interesse in de Koerdische kwestie, naar hartenlust vragen af op de drie auteurs. Achteraf blijkt in mijn groep de minste expertise samengebald te zijn. Toch leer ik een hoop bij. Over dat Koerdsche ruitersmilities betrokken waren bij de Armeense genocide, wat de Koerden wel erkennen. Over dat Turkije de Koerdische Autonome Regio binnen Irak tegenwoordig accepteert omdat het Erdogan behoorlijk is gelukt de regerende partij aldaar, de KDP, in te palmen. Ook is de handel met het relatief welvarende Iraaks-Koerdistan vrij belangrijk voor Turkije. Het Klein-Aziatische land haalt er bijvoorbeeld veel van z'n olie vandaan. In de Koerdische Autonome Regio blijkt voorts intern veel verdeeldheid te zijn. Er zijn grofweg twee stammen, met elk een eigen taal. De dominante KDP vertegenwoordigt één van de twee, een partij genaamd PUK de andere.

rochtus_platMaar informatie die wel af te leiden is uit het journaal, wordt evengoed bevestigd. Dat Turkije koste wat het kost een consolidatie van Rojava probeert te vermijden, bijvoorbeeld. De Koerden dromen weliswaar van een eenheidsstaat, maar ambiëren uit realiteitszin vooral vergaande regionale autonomie. Want dat is voor veel Koerden gezien de omstandigheden dus al een immense opgave. Dirk Rochtus (foto) licht toe hoe het Turkse totalitarisme Koerdische zelfbeschikking in Turkije zelfs ondenkbaar maakt: Turkije is één en ondeelbaar. Regionalisme, laat staan federalisme, is derhalve onmogelijk. Onderwijs in het Koerdisch is er zelfs verboden, illustreert hij. Wel is er een Koerdischtalig televisiekanaal. Dat zendt echter propaganda van Ankara uit en wordt verder sterk gecensureerd. Zolang Erdogan niet valt, zit de situatie vast. De kans op autonomie in Iran is vergelijkbaar klein. Maar die in Irak gaat niet meer weg. Op de lange termijn wordt Iraaks-Koerdistan wellicht zelfs volledig onafhankelijk, aldus Rochtus. Hoe het met Rojava af zal lopen, durft hij echter nog niet te voorspellen.

Kristel Cuvelier, die voor Bart Peeters-Akkermans' De staat voorbij een hoofdstuk over Rojava schreef, vertelt ons hierna dat 'Rojava' letterlijk 'West-Koerdistan' betekent. De Koerden in Turkije zijn zo bekeken noordelijk, die in Iran oostelijk en de volksgenoten in Irak zuidelijk. Cuvelier belicht hoe Assad zich al vrij vroeg militair terugtrok uit Noord-Syrië, gezien de Koerden, nochtans praktisch tweederangsburgers in het Syrië van Assad, zich niet direct agressief opstelden. Vanuit de ideologie van Öcalan wouden ze aanvankelijk uitsluitend via dialoog (meer) autonomie verwerven. Omdat Assad evenwel andere prioriteiten stelde, konden de westelijke Koerden in 2013 Rojava unilateraal onafhankelijk verklaren. Door ook de minderheidsgroeperingen in het gebied hierbij te betrekken, leek stabiliteit op de korte termijn voorhanden, tot de plotse en zeer rappe opkomst van IS. Cuvelier roept de massamoord op en gruwelijke uitbuiting van Jezidi's, een niet-islamitische Koerdische minderheid in Irak, in herinnering. Evenals het iconische beeld van een grote menigte wanhopige Koerden aan de grens bij een weifelend Turkije, volgend op de verovering van het gehele Rojava-district Kobani door IS. Met Amerikaanse luchtsteun en hulp van Iraakse Koerden, hebben de voormalige Syrische Koerden dit gebied inmiddels weer weten te heroveren. Dit was een keerpunt in de algehele strijd tegen de ontaarde islamfanaten, legt Cuvelier uit. IS bleek verslaanbaar. Maar evengoed was het een mogelijk omslagpunt in de internationale beeldvorming van de Koerden. Zij waren nu eens geen terroristen in Turkije, maar helden in Syrië.

Northern_Syria_-_Rojava_october_2016Dat Kobani volledig in puin lag, bood ergens mogelijkheden. Wellicht kon daar de door Öcalan gedroomde Midden-Oosterse maatschappij ook qua stads- en dorpsindeling gerealiseerd worden. Tot op heden blokkeert Turkije echter de import van bouwmateriaal en -materieel, ook vanuit Iraaks-Koerdistan. Cuvelier betoont zich ongemeen kritisch tegenover Turkije. In het ijveren van dat land tegen een onafhankelijke Koerdische staat aan haar zuidgrens, steunt het impliciet zelfs IS, vertelt ze. Europese IS-rekruten heeft Turkije nooit tegengehouden en IS-strijders kunnen gewoon in Turkse ziekenhuizen terecht, licht ze toe. Het land zit inmiddels wel in de internationale anti-IS-coalitie, maar heeft actief verhinderd dat sommige delen van Rojava heroverd konden worden op IS, vervolgt ze. Na deze avond zouden Turkije en de Verenigde Staten meermaals bakkelijend in het nieuws komen over de situatie in Noord-Syrië. De VS steunen de Koerdische militie YPG in hun strijd tegen IS, de Turken dus niet of onder flinke voorwaarden. Maar omdat de YPG ook Assad en de Russen gunstig gezind is, is de Amerikaanse steun eveneens fragiel.

“Revoluties vinden meestal in oorlogssituaties plaats,” haakt Bart Peeters-Akkermans in op zijn collega. Het Öcalan-gedachtegoed dat er al was, krijgt nu de ruimte om zich in de fundamenten van de machtsstructuren te nestelen. Een functionerende samenleving ploeg je immers niet om, stelt hij. Cuvelier pakt het stokje terug over met de benadrukking hoe groot de maatschappelijke omslag wel niet is. Rojava was een goeddeels tribale samenleving, kort geleden, waar de afschaffing van polygamie moeizaam verliep. Er is dus gigantische progressieve ambitie in de regio, waar daarenboven de mogelijkheid lijkt te zijn om het in één keer volgens plan te doen. President Barzani van de Koerdische Autonome Regio in Irak is niettemin van een andere denkschool. Zijn KDP ondersteunt tribalisme en is uitgesproken conservatief. Het Iraaks-Koerdistaanse machtsblok staat zodoende pontificaal tegenover de Öcalan-aanhangers in Rojava en bij de PKK en de HDP. Barzani schuwt er zelfs niet voor om Rojava tegen te werken. Naast grote politieke verschillen, bestaan er tussen Koerden ook talige, religieuze en sektarische verschillen. Dus hoewel er zonder meer een gevoel van Koerdische eenheid bestaat, is die niet volledig vanzelfsprekend. Er is eveens nog een hoop dat de Koerden splijt, besluit Peeters-Akkermans.

VANROMPAHugo Van Rompaey (foto) vertelt na de laatste doordraaironde hoe de Koerden na de Eerste Wereldoorlog een eigen land hadden kunnen krijgen, ware het niet dat Engeland en Frankrijk uiteindelijk besloten de Turken niet tegen het hoofd te stoten. “Terwijl die met de Duitsers hadden samengewerkt!” roept Van Rompaey. Engeland en Frankrijk “lieten een groot volk vallen,” stelt de promovendus, die daaropvolgend bevestigt hoe er geen rek in de huidige situatie in Turkije zit. Ook al heeft de PKK vanaf de jaren '90 elf maal een wapenstilstand voorgesteld, wat Van Rompaey als 'bijzonder moedig' omschrijft. Hij besluit met de onderstreping dat een gevoel van 'Koerdischheid' wijdverbreid is en beslist niet uit de lucht is gegrepen. Zo zijn de vier hoofdtalen evident aan elkaar verwant, ook al is het onderling begrip vooral door grammaticale verschillen beperkt en worden er verschillende alfabetten gebruikt.

 

Met de instabiliteit in Irak en de burgeroorlog in Syië is de Koerdische geschiedenis momenteel volop in beweging. Zo vast als de situatie voor Koerden in Turkije en Iran zit, zo vloeibaar is die momenteel in met name Noord-Syrië. Mocht het de idealistische filosofie van Öcalan definitief lukken voet aan de grond te krijgen in Rojava, zal dat voor heel de wereld een hoogst interessante maatschappelijke proeftuin zijn in tijden van polarisering, individualisme, materialisme en onophoudelijk groeiende ongelijkheid en schuldenbergen. Maar bovenal een ontzagwekkende opluchting na een verwoestende en dikwijls gruwelijke oorlog. Wellicht zou dit idealisme niettemin een wig kunnen drijven tussen de uiterst progressieve Koerden in Turkije en Rojava enerzijds en de conservatieve Koerden in Irak anderzijds. De tijd zal leren hoe de verhoudingen zich ontwikkelen. In ieder geval blijkt er bijzonder veel hart voor de Koerdische zaak. Ook hier in België.

 

Klik op de titels om een exemplaar te bestellen van de besproken boeken: De staat voorbij, De tiran van Tikrit en De Koerdische Kwestie.

Deze avond werd georganiseerd in samenwerking met het Koerdisch Instituut en Uitgavenfonds Critica.  




 
Openingsuren
van maandag t.e.m. zaterdag
van 9u30 tot 18u.
De Groene Waterman
Wolstraat 7 - Antwerpen
Tel. 03/232.93.94
 

algemene verkoopsvoorwaarden